Rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Deze week is het Nationale Sportweek.
Nederland moet bewegen. Clou ging in Rotterdam op zoek naar nieuwe vormen van bewegen.
Maar liefst 37 procent van de jongeren is te dik. Tenminste, van de jongeren in Rotterdam. Dat is niet niks. Rotterdam wil de jongeren laten bewegen en houdt daarom sinds een paar jaar een groot sportevenement in Ahoy: The Final. Behalve het uitvechten van de competitie kunnen de Rotterdammers er allerlei nieuwe sporten uitproberen. Maak kennis met Rope Skipping, Bossaball en Sportgames.
Rope Skipping
In België is het hot: rope skipping of gewoon touwtjespringen. De Belgische Simon is 27 jaar oud en al sinds zijn twaalfde fanatiek touwtjespringer. ,,Op een dag kwamen Amerikanen bij ons op school lesgeven in touwtjespringen. Ik ben er toen mee begonnen en doe het nog steeds.’’ Als je denkt dat dat betekent dat Simon niets anders doet dan simpelweg springen met een touw in zijn handen, heb je het mis. Als Simon springt, weet je bijna niet meer waar je moet kijken. Er komen zelfs salto’s aan te pas. Ook in teamverband springt hij. Twee personen draaien het touw rond en verschillende ropeskippers vertonen hun kunsten. Simon: ,,Touwtjespringen is natuurlijk een meisjessport. Maar zoals wij het doen, ziet het er heel spectaculair uit. Het leuke is dat je steeds nieuwe dingen kunt leren.’’
Vandaag geeft Simon demonstraties aan de Rotterdamse jongeren. Ook assisteert hij bij de wedstrijden tussen de verschillende groepen. Vijf jongeren moeten vijf keer een halve minuut op een bepaalde manier springen.
Niet iedere jongere heeft een evengoede conditie. Een wat zwaardere jongen moet het na vier rondes al opgeven. Zwetend en hoestend, voorover gebogen met zijn handen voor zijn ogen zit hij op de grond, uitgeput. Volgens Simon is touwtjespringen dan ook best een zware sport. ,,Ik heb wel eens gehoord dat vijf minuten ropeskipping net zo intensief voor je lijf is als twee kilometer hardlopen. Maar deze jongen had gewoon geen conditie.’’ De Belg hoopt dat touwtjespringen in Nederland net zo populair wordt als in België. ,,Samen met Japan en de Verenigde Staten horen we bij de top. Nu proberen we het virus naar Nederland te brengen. En ik denk dat dat wel gaat lukken. Als je er eenmaal mee bezig bent, word je heel enthousiast.’’
Bossaball
Bossaball is een showsport. Althans, volgens Ernst (20) en Bart (19). De twee studenten uit Delft assisteren vandaag bij het bossaballveld: een groot luchtkussen, twee trampolines en een net in het midden. Bossaball is inderdaad een bijzondere sport. Het is een combinatie van turnen, volleybal, voetbal en capoeira (een soort vechtdans). Doel van het spel is dat de bal de grond raakt in het speelveld van de tegenstander. In het veld staan drie, vier of vijf spelers. Het gaat erom de bal bij de trampolinespringer te krijgen zodat die een spectaculaire smash kan maken. Volgens de Delftse studenten is bossaball pas dit jaar voor het eerst in Nederland, maar dat is niet helemaal juist. In 2005 werd er al gebossaballd in Nederland. Het is de hele middag druk bij het bossaballen. Ernst: ,,Het lukt nog niet echt om het spel te spelen. Het is ook best ingewikkeld. Maar de meesten vinden het heel leuk.’’
Sportgames
Helemaal hip in Nederland is sportgames. Sportgames is een spel dat je met 32 personen kunt spelen. Je staat allemaal op een plaat die verbonden is met een computer. Je hoort muziek en vervolgens is het de bedoeling dat je allemaal tegelijk dezelfde pasjes doet; naar voren, naar achteren, naar links of naar rechts. Welke pasjes dat zijn, is te zien aan pijlen op een groot scherm. De persoon die het beste de pasjes uitvoert, is winnaar. Als je op precies het goede moment een pasje doet, krijg je drie punten, ben je iets te laat twee, ben je nog later dan krijg je een of nul punten. Ondernemer Jean-Paul Vreugd bracht deze vorm van competitiesport naar Nederland. ,,Een jaar of vijf, zes geleden zag ik deze dansplaat in een speelhal in Spanje. Het ging daar om een spelletje dat je in je eentje kon spelen. Ik bedacht dat het leuk was om met meerdere mensen tegen elkaar te spelen. Een halfjaar geleden hebben we sportgames op de markt gebracht in Nederland.’’ Met succes. Jean-Paul heeft al heel wat spellen verkocht, aan sportscholen, zalencentrums en ook aan scholen. Want ook jongeren vinden het leuk. Tijdens The Final in Rotterdam zijn de 32 dansplaten de hele dag door bezet. Volgens Jean-Paul komt dat door het spelelement. ,,Het leuke van sportgames is dat je fun en gamen met elkaar verbindt. De tijd vliegt voorbij. Na een paar minuten ben je al best wel moe.’’ Het leuke van sportgames is ook dat bijna iedereen het kan leren. ,,Het is niet moeilijk. Zelfs dikke mensen kunnen dit. Ik heb wel eens meegemaakt dat de dikste jongen die meedeed, het spelletje won. De mensen hebben het helemaal niet in de gaten, maar je bent wel aan het sporten.’’
source : ndlite.nl // Nederlands Dagblad
